Milieu Centraal heeft op een rij gezet wat de trends zijn voor energieverbruik in Nederland, en hoeveel CO2-uitstoot er valt te besparen als elk huishouden energiebesparende maatregelen neemt.
De overheid heeft de lat gelegd op zes procent minder CO2-uitstoot in 2010, ten opzichte van 1990. Dat komt voor huishoudens neer op minstens drie megaton (drie miljard kilogram) CO2 besparen per jaar. Dat is haalbaar als huishoudens zuiniger en bewuster omgaan met gas, elektriciteit en motorbrandstoffen. De mogelijkheden zijn legio, bij de aanschaf van producten in de winkel,bij het dagelijks gebruik en bij de keuze voor vervoer.
CO2 equivalenten
Per jaar blazen Nederlandse bedrijven en huishoudens samen 206 megaton (206 miljard kilogram) CO2 de lucht in (CBS 2005). Daarnaast zijn er ook nog andere gassen die bijdragen aan het broeikaseffect, zoals methaan (CH4) en lachgas (N2O). Om te kunnen optellen of vergelijken, is het handig de invloed van de verschillende gassen om te rekenen naar CO2. Dan spreken we over CO2-equivalenten. Waar in de tekst CO2-uitstoot staat vermeld, gaat het steeds over CO2-equivalenten
220 megaton per jaar
Jaarlijks komt in Nederland 220 megaton CO2 vrij in de atmosfeer. Twintig tot 25 procent van de totale uitstoot komt door huishoudens. Door verbruik van gas, elektriciteit en motorbrandstoffen komt totaal 51 megaton CO2 vrij. Vrijwel de gehele uitstoot bestaat uit CO2; een heel klein gedeelte bestaat uit andere broeikasgassen.
Het kopen van een zuinige wasmachine, vaatwasser en koel- of vriesapparatuur is heel normaal geworden. Bij nieuwbouw van woningen is isoleren verplicht. Toch neemt het energieverbruik in huishoudens toe. Per huishouden is namelijk het aantal apparaten gestegen, en we gebruiken de apparatuur intensiever. Daarnaast is het aantal eenpersoonshuishoudens gegroeid.

De gemiddelde CO2-uitstoot per huishouden is de afgelopen twintig jaar desondanks wel licht gedaald. Het elektriciteitsverbruik nam wel toe (en daarmee de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij elektriciteitsproductie), maar daar staat tegenover dat we minder gas nodig hebben om huizen te verwarmen - dat verklaart de daling in CO2. Zonder besparingen, zoals isolatie en CV-apparaten met hoog rendement, waren we nog veel verder van huis geweest.
Elektriciteit
Het elektriciteitsgebruik per huishouden is sinds 1990 gemiddeld blijven stijgen. In totaal steeg het elektriciteitsverbruik met twintig procent ten opzichte van 1990. (In 1997 veranderde de rekenmethode voor het verbruik; daardoor geeft de grafiek voor dit jaar een lager verbruik aan.)

De stijging komt doordat het aantal elektrische apparaten in huis is toegenomen. Vooral apparaten zoals wasdrogers, vaatwassers en computers namen toe in gebruik en kosten relatief veel energie. Daarnaast is het aantal eenpersoonshuishoudens sterk toegenomen. Het energieverbruik per persoon is voor een alleenstaande ongeveer eenderde hoger dan voor een tweepersoons huishouden.
Ook een oorzaak voor het gestegen gemiddelde elektriciteitsverbruik, is de stijging van het aantal huishoudens waarin beide partners (voltijds of deeltijds) werken. Deze huishoudens bezitten meer tijdsbesparende apparaten dan gemiddeld, zoals een wasdroger en een vaatwasser.
Aardgas
Het gemiddelde aardgasverbruik per huishouden daalde tussen 1990 en 2006 met ongeveer 23 procent. Die daling is vrijwel geheel te danken aan een dalend gasverbruik voor ruimteverwarming. De opkomst van de HR-ketel en de betere isolatie van woningen heeft voor die afname van gasgebruik voor verwarming gezorgd.

Het gasverbruik voor het verwarmen van water is gestegen. Uit comfortoverwegingen gebruiken huishoudens meer warm water. Het gasverbruik voor koken is de afgelopen vijftien jaar min of meer constant gebleven.
Motorbrandstoffen
Per huishouden is de CO2-uitstoot door vervoer afgelopen vijtien jaar met dertig procent toegenomen. Motoren werden weliswaar zuiniger, maar het effect daarvan is teniet gedaan doordat voertuigen en motoren zelf zwaarder zijn geworden. Bovendien groeide het gemiddeld aantal auto's en het aantal gereden kilometers per huishouden.

Het versterkte broeikaseffect zorgt over de hele wereld voor klimaatverandering. Een belangrijke aanjager van het broeikaseffect is het gas CO2, ook bekend als koolzuurgas, kooldioxide of koolstofdioxide. Dat komt vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen zoals aardgas, steenkool, benzine en diesel.
Broeikasgassen werken als een soort deken om de aarde: ze houden warmte extra goed vast in de atmosfeer. Daardoor stijgt de temperatuur op aarde en verandert het klimaat. De gevolgen voor mens en natuur zijn meetbaar.
De overheid heeft met andere landen afgesproken om in 2010 zes procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Dat betekent: zuiniger omgaan met energie. Voor huishoudens betekent een afname van zes procent een vermindering van de uitstoot van CO2 met minstens drie megaton (drie miljard kilogram) per jaar.
Dat lijkt heel veel. Maar als alle huishoudens in Nederland hun gloeilampen en halogeenlampen vervangen door spaarlampen, dan zijn we al op de helft. En als alle huishoudens alle beschikbare energiebesparende technieken gebruiken, dan halen we de doelstelling vier keer. Dat betekent: iedereen woont in een goed geïsoleerd huis, heeft een hoogrendementsketel, gebruikt zuinige apparaten en spaarlampen, en rijdt in een auto met energielabel A of B.
De tabel laat zien hoeveel CO2-uitstoot Nederland zou besparen als de genoemde maatregel zou worden toegepast in alle huishoudens die dat nu nog niet doen. Die maatregelen bij elkaar, en opgeteld voor alle huishoudens, levert jaarlijks een besparing op van ruim twaalf miljard kilogram CO2.
Hoewel veel energiezuinige apparaten zijn ingeburgerd, valt er op diverse terreinen nog veel te winnen. Oude woningen zijn nog lang niet volledig geïsoleerd. De verkoop van zuinige wasdrogers is bijvoorbeeld laag. De verkoop van spaar- en TL-lampen bedraagt vijftien procent van het totaal. De verkoop van auto's met Energie A- of B-label is ook ongeveer vijftien procent en de verkoop van HR-ketels zo'n veertig procent.
Meer informatie over de trends in het marktaandeel van de besparingsopties vindt u bij de specifieke onderwerpen.
Bron: www.milieucentraal.nl
![]()